Geschiedenis

De geschiedenis is lang. Neem dus meer tijd om deze pagina helemaal te lezen.

In 1973 werden Steenwijk en Steenwijkerwold samengevoegd tot één gemeente Steenwijk. De naam Steenwijkerland is in 2003 gegeven vanwege het ontstaan in 2001 door samenvoeging van de gemeenten Steenwijk, Brederwiede en IJsselham. De bewoners van die plaatsen wilden daarmee voorkomen dat ze het gevoel kregen geannexeerd te worden door Steenwijk. Een andere benaming is de “Kop van Overijssel”.
Verder behoren Blokzijl, Giethoorn, Vollenhove en Kuinre ook tot de gemeente Steenwijkerland

Steenwijk ligt op het drie provinciënpunt. Drenthe, Overijssel en Friesland grenzen in dit gebied aan elkaar.
Op 1 januari 2009 woonden er 24.690 inwoners in Steenwijk. In 2018 is dat opgelopen tot 24.710 inwoners. Het blijft vrijwel stabiel.

Steenwijk is een oude vestingstad. De grootste van de regio.

In 1141 wordt “Steenwijk” voor het eerst genoemd. De kerk van Steenwijk werd toen geschonken aan het klooster van Ruinen.

Toren-van-Steenwijk

Toren van Steenwijk, prachtig gerestaureerd en van ver al te zien
In 1255 kreeg Steenwijk stadsrechten. Rond 1230 wordt Steenwijk nog als dorp aangeduid. In 1295 spreekt de bisschop van “zijn stad” Steenwijk. De plaats Steenwijk wordt in 1296 aangeduid als Oppidum. Het betekent versterkte (gepriviligieerde) plaats. In 1327 bevestigt de bisschop de privileges van het Steenwijker stadsrecht. Het is afgeleid van Deventer, Kampen en Zwolle. Deze laatste bepaling zorgt voor de band van Steenwijk met Overijssel. Hieruit zou je kunnen opmaken dat er voor die tijd niets aan rechten geregeld was.
Het begrip “Stadsrechten” betekent niet dat een stad het recht heeft om zichzelf “stad” te noemen maar het heeft te maken met het recht dat in die stad gold.

Steenwijk was ooit een strategische plek in de strijd tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en Spanje.
De grachten en stadswallen in de stad waren ooit verdedigingswerken tegen de Spanjaarden. Spanje wilde heersen over de Nederlanden omdat het een strategische uitvalsbasis was om door te steken naar noordwest Europa.

Stadszegel uit de 17e eeuw

Stadszegel uit de 17e eeuw voor het bekrachtigen van stadsaktes door het stadsbestuur

De Staten Generaal en Prins Maurits kozen voor afzondering van Groningen en diende daarvoor de toevoerwegen die kant uit te blokkeren. In Groningen heerste, de later Spaans gezinde, graaf Rennenberg.

Vanaf 1568 kwam Nederland in opstand tegen het bewind van Filips II, vanwege de invoering van een belastingmaatregel (de tiende penning genoemd) en vanwege het geweld van de Hertog van Alva tegen ketters. Ketters waren mensen die in iets anders geloofden dan in de toen heersende moraal. De Ketters van toen hebben een slechte dood meegemaakt.

Hertog van Alva

De Hertog van Alva
Na zijn aankomst in Nederland voerde Alva drie belastingmaatregelen in. En hij kon rekenen…want ook toen konden er met percentages flinke inkomsten worden gevonden voor de schatkist van Alva. Let maar op…

 De honderste penning, een eenmalige belastingmaatregel van één procent op alle bezittingen van roerende en onroerende goederen
 De twintigste penning, een omzetbelasting van vijf procent op de verkoopprijs van onroerende goederen zoals huizen en landgoed. Alva was daarbij geïnspireerd door keizer Augustus en als eurotekens toen al bestonden kon je die zeker zien glinsteren in de ogen van Alva.
 De tiende penning, een omzetbelasting van 10% op roerende goederen zoals (en nu komt het…) de primaire levensbehoeften van mensen zoals kleding en drank.

Bij de honderste penning en de twintigste penning kan je je daarbij realiseren dat de minderheid van het volk een huis bezat en veelal heel rijk was, maar (zoals tegenwoordig ook nog) relatief gezien weinig betaalden.

Bij de tiende penning kwam je aan het volk. Dat was de armste en grootste groep die de zwaarste lasten niet konden maar wel moesten dragen. Dat veroorzaakte veel onrust onder de bevolking. Men accepteerde het niet langer van de Spanjaarden die de dienst uitmaakten in Nederland.

De Nederlandse opstand tegen die tiende penning is de geschiedenisboeken ingegaan als de tachtig jarige oorlog. In werkelijkheid is de tiende penning nooit geheven maar twee jaar lang afgekocht voor een bedrag van twee miljoen gulden. Misschien kan je op basis daarvan wel vaststellen dat de oorlog zijn doel voorbij schoot…?

Tijdens de tachtig jarige oorlog kwam Steenwijk regelmatig “in het nieuws”.
In 1568 wist het Steenwijker stadsbestuur de inkwartiering van Spaanse troepen door Alva nog af te kopen met 112 goudgulden, maar in 1572 namen de spanningen toch weer toe.
Willem van den Bergh veroverde Steenwijk voor Willem van Oranje.
Die bezetting duurde echter kort. Dat kwam doordat de Spanjaarden Zutphen hadden heroverd en de verhalen over die herovering waren niet best. Men werd een beetje bang. Willem verliet Steenwijk toch maar weer voor zijn eigen zekerheid, en de stad werd weer koningsgezind.

Vergeefse-belegering-Slag-o

Vergeefse belegering bij de Slag om Steenwijk. Het duurde 4 maanden (bron:Wikipedia)
Dit duurde tot maart 1577. Militairen uit Wallonië zorgden voor handhaving van het gezag. Deze militairen zaten behoorlijk krap bij kas en daar maakte de overheid gebruik van. De Staten van Overijssel wisten door betalingen van achterstallige wedde (het salaris voor een soldaat) de soldaten te laten overlopen en kozen ze in 1580 de zijde van de opstandelingen omdat Graaf Rennenberg op 3 maart 1580 was overgelopen naar de Spaanse zijde. Rennenberg stuurde vervolgens nog opruiende brieven naar steden om ze over te halen te kiezen voor de Spanjaarden. Als tegenreactie van de bevolking werden diverse kerken geplunderd. De zorgen van het Steenwijker stadsbestuur waren zo groot dat in 1580 zelfs inlichtingen werden gewonnen bij het Hasselter stadsbestuur om de bewegingen van de vijand te kunnen volgen.

Ondertussen was er ook een zekere Kapitein Olthof in de buurt van Steenwijk. Die had de leiding over een compagnie soldaten en daar kwam toen ook een tweede compagnie bij onder leiding van de man waarvan het standbeeld bij de chinees Fong Shou is opgericht: Johan Van den Kornput. Dat was in oktober 1580. Olthoff zat sinds 1580 in Steenwijk.

Verdugo

Verdugo

Op 17 oktober 1580 staan niet de manschappen van Graaf Rennenberg voor de stadspoorten van Steenwijk maar de mannen van Van den Kornput en zijn steun en toeverlaat Beerenbroek. Bij de Gasthuispoort worden de legers van de mannen samengebracht. Het leger van Graaf Rennenberg kon ieder moment de stad uit naam van de Koning van Spanje gaan innemen. Van den Kornput waarschuwt het stadsbestuur en vraagt toestemming om de stad in te mogen komen. Maar het stadsbestuur ziet dat niet zitten vanwege slechte herinneringen aan de Gelderse troepen zestig jaar eerder. Onze Johan laat zich niet uit het veld slaan en gaat naar Olthoff toe. Olthoff geeft hem wel toestemming om de stad in te trekken. Dit volledig tegen de zin van het stadsbestuur. Johan keert terug naar zijn mannen en houdt een emotionele toespraak.

Om Johan bij te staan komen Hans Plaet en Johan Stuper, na wat lobbywerk en smeekbedes, de volgende dag vanuit Vollenhove naar Steenwijk toe met manschappen. Op 18 oktober 1580 marcheren ze de Woldpoort binnen.

“Onze Johan” blijkt gebruik te hebben gemaakt van een zelf vervaardigde kaart waarop de exacte gegevens staan aangegeven van afstanden tussen vijandelijke schansen. Hij heeft ook onder het pseudoniem Reinico Fresinga een boek geschreven over de verdediging van Steenwijk.
Verder is Johan student geweest bij de bekende in België geboren kaartenmaker Gerard Mercator. Van den Kornput is nooit getrouwd geweest.

Willem van den Berg

Van den Berg

Aan de andere kant, bij de Onnapoort, naderen inmiddels de soldaten van Graaf Rennenberg. Rennenberg grendelt de stad aan het einde van de dag af en de stadspoorten worden door de staatse soldaten gevuld met boomstammen. De volgende dag, op 19 oktober 1580, vinden er gevechten plaats. Het beleg duurt tot 22 februari 1581 waarbij Rennenberg toch aan het kortste eind trekt. Het Staatse leger – de benaming voor het leger ten tijde van de Republiek der zeven verenigde Nederlanden (1568-1795) – bestond hoofdzakelijk uit gehuurde vreemdelingen.

De omvang van het leger hing af van de geplande militaire acties. Er werden in die tijd overeenkomsten met vreemde vorsten gesloten tot de levering van complete regimenten. De Raad van State had, als uitvoerend orgaan van de Staten-Generaal, bemoeienis met de krijgsmacht. De Staten-Generaal betaalde de huurlingen. Veel gebruikte handwapens van deze huurlingen waren de musket, het roer, de rapier en de piek. De kanonnen waren van Nederlandse makelij. Deze kanonnen waren zo indrukwekkend dat sommige steden zich al overgaven nadat ze het wapentuig alleen al hadden gezien. De kanonskogels waren tot 48 pond zwaar en konden ook flinke schade aanrichten aan stadsmuren.
De duistere financiering van het Spaanse leger werd opgebracht door Nederlandse steden die Spanje gunstig gezind waren en een hoge belasting betaalden. Toch deden ze dat allemaal trouw.
Het leger werd betaald uit het eigen vermogen van legeraanvoerders waar zij het bevel over hadden.

Graaf Rennenberg (alias George de Lalaing ) begon aan het beleg van Steenwijk met een leger van 7000 man. Het beleg van Steenwijk was het beleg van Steenwijk waar de beroemde slager Lieffert de Vos misschien wel het recept op heeft gebaseerd van zijn overheerlijke gehaktbal.

Zeventig-tal woningen werden vernield. Het was een ware slag voor de inwoners van Steenwijk en de gevechtsverhoudingen waren dan ook niet realistisch. Een leger van 600 man tegenover 7000 man is immers niet te handhaven. Pas in december 1580 kwam het leger van de Staat onder leiding van de Engelse overste John Norritz.

Op 23 februari 1581 gaf de zieke Rennenbergh zich over en werd Steenwijk ontzet.

Dat Steenwijk het beleg nog vier maanden volhield kwam door de hopman Johan van den Kornput.
Rennenbergh is begraven in de Groningse Martinikerk. Zijn vijand Johan is (toevallig of niet) ook in dezelfde kerk ten ruste gelegd.

Steenwijkers waren kapot en murw geslagen en alsof dat nog niet genoeg was kwam er in 1581 nog een pestepidemie over de stad heen. Van de 2500 Steenwijkers zijn er destijds 2300 overleden.

Het leed was echter nog niet geleden want in november 1582 kwam vanuit Spanje een nieuwe aanvalsgolf onder leiding van Juan Baptista de Taxis en Francisco Verdugo.
Alle protestanten vluchtten de stad uit.
Steenwijk werd een Spaans katholiek bolwerk met nog slechts 50 oorspronkelijke bewoners.

Hoe was die aanvalsgolf nu mogelijk?

Aan de noordoostkant van Steenwijk was helemaal geen verdediging omdat dat gedeelte bestond uit moeraslanden. De Steenwijkers verwachtten van die kant dan ook helemaal geen aanval. Achteraf gezien een misrekening, omdat de Spanjaarden juist van die kant Steenwijk binnenvielen en vervolgens tien jaar zijn gebleven. De bijnaam van Steenwijk werd onheilspellend veranderd in “Het Roofnest van het Noorden”.

In 1591 wilde de stadhouder Maurits van Oranje de stad weer heroveren. Het was tijd om de verdedigingswerken opnieuw op te bouwen. De Spanjaarden brachten het leger terug op een sterkte van 1000 man, die hoofdzakelijk uit Bourgondiërs en Walen bestonden.
Anthonie de Coquel was belast met de leiding. Het beleg bij Steenwijk werd echter opgebroken om de schans bij Nijmegen te versterken. Maurits vertrok. Bij Nijmegen was oorlogsvoering kennelijk belangrijker dan bij Steenwijk. En misschien was Maurits ook wel een beetje bang. Een jaartje later was Maurits namelijk terug bij Steenwijk met veel meer personeel.

Op 28 mei 1592 stonden Prins Maurits en Willem Lodewijk (een stadhouder uit Friesland en neef van Prins Maurits) weer aan de poort te kloppen met 8000 manschappen. Op 13 juni 1592 begint Maurits weer te schieten.
Alle wegen werden afgesloten en alweer was er een beleg van Steenwijk. De Spanjaarden gaven zich over op 5 juli 1592 na een strijd die 44 dagen duurde. Maurits eiste de volledige overgave en de Spanjaarden gaven zich inderdaad over. Er sneuvelden ruim 300 soldaten van het Staatse leger.

Johan van den Kornput had ook weer bijgedragen met Prins Maurits en Willem Lodewijk aan de herovering van Steenwijk met het Staatse leger.
Steenwijk was echter door alle ellende van voorgaande jaren aan flarden geschoten. De verdedigingswerken moesten nodig worden opgeknapt.

Het was na 1597 toen, door weer een (mislukte) aanval op Steenwijk door een Spaansgezinde graaf Frederik van den Bergh, de Raad van State middelen beschikbaar stelde om de verdedigingswerken te herstellen. Maar de herstelwerkzaamheden wilden niet vlotten. Als er geen oorlog was wilde men de energie niet steken in het onderhouden van de verdedigingswallen. Als de oorlog weer is uitbrak moesten er paniekreparaties worden uitgevoerd aan de vesting. Na 1648 gebeurde er weinig meer met de verdedigingswallen en verloren ze geleidelijk aan hun functie.

In 1648 werd de vrede van Munster getekend wat het einde betekende van de 80 jarige oorlog. Steenwijk viel binnen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Daarmee was het verhaal nog niet afgelopen, want door een hoop onenigheid en verwarring was Nederland inmiddels in oorlog met Frankrijk, Engeland, Munster en Keulen. Het was het jaar 1672 toen de bisschop van Munster probeerde, in de verwarring die toen heerste, Noord Nederland te veroveren. De troepen uit Munster bezetten ook Steenwijk voor een aantal maanden. Steenwijk werd toen weer bevrijd door Friese troepen op 6 november 1673.

Steenwijk bleef nog lang een toevluchtsoord voor mensen die buiten de stad woonden. De boeren buiten de stad hadden te maken met rondtrekkende bendes en ze wilden Steenwijk zelf behouden met de stadswallen ter bescherming tegen deze rovers. De Fransen maakten tijdens hun bezetting een einde aan de rooftochten en was er geen bescherming meer nodig in de vorm van de stad als toevluchtsoord.

In 1829 werden de Oosterpoort en de Woldpoort afgebroken. Ze waren te duur geworden. Bovendien kwam er een heuse Rijksstraatweg 32 vanuit Amersfoort naar Leeuwarden, dwars door de stad via de route: Oosterstraat, Markt, Kerkstraat, Woldstraat. Klik maar op Steenwijk in beeld voor de foto’s van deze straten.
Later is deze route veranderd in de A32 langs Steenwijk via Zwolle over de A28 naar Amersfoort. Maar ja…je moest ergens beginnen met een snelweg in de middeleeuwen. Het getal “32” is in al die jaren hetzelfde gebleven. En waarschijnlijk was de “32” in die tijd ook niet geasfalteerd en stonden er geen ANWB praatpalen langs de weg.

Hogewal

Hogewal, een stadswal die nog intact is.
In 1850 is de laatste stadspoort (helaas) met de grond gelijk gemaakt. De vestingwet werd ook opgeheven zodat buiten de stadswallen gebouwd mocht worden. Stadspoorten waren in die tijden niet erg bijzonder maar waren pure noodzaak. Vermoedelijk was men toen ook blij dat de stadspoorten met de grond werden gelijk gemaakt. Tegenwoordig kan je spijt krijgen van het idee dat mensen er toen, niet gehinderd door enige kennis, een sloophamer hebben ingezet. De stadspoorten stonden toen echter niet symbool voor vrijheid. Wel voor veiligheid en bescherming tegen de toen vaak nog boze buitenwereld die Steenwijk wilden bezetten.
Sindsdien is Steenwijk gaan uitbreiden en dat gebeurt nog steeds tot op de dag van vandaag.

Stadswal-aan-de-Hogewal

Stadswal aan de Hogewal, in prima staat
Bij het Steenwijkerdiep in de omgeving rond toen de C1000, nu de supermarkt Jumbo, hebben vijf houtzaagmolens gestaan rond het jaar 1865. Dat is nu eigenlijk niet voor te stellen.
De industrie stond ook bij het Steenwijkerdiep. Daar is niet veel van terug te vinden.

De Noordwal tussen de Woldpoort en de Oosterpoort is afgegraven in het begin van de twintigste eeuw.
Hiervandaan kon je uitkijken over de Meenthe.

Het zal mooi zijn als één of meerdere stadspoorten herbouwd mogen worden. Stel je voor. Een mooie ingang richting de stad bij de Oosterpoort, de Onnastraat en de Woldpoort zal Steenwijk echt sieren.
Steenwijk heeft soms nogal abrupt afgerekend met de historie die de stad tot niet zo lang geleden nog zichtbaar had staan.

In fotoboeken van toen en nu valt op dat er veel prachtige bijna monumentale woonpanden zijn afgebroken ten gunste van andere doelstellingen binnen het Steenwijker stadslandschap. Je ziet langzaam maar zeker bouwwerken terugkeren. Kijk maar naar de prachtig gerestaureerde sluis die werd opgegraven bij de Paardenmarkt op de plek waar tot 2005 de sportwinkel van Visser heeft gestaan.
Natuurlijk is er (soms terecht) noodzaak om bepaalde gebouwen af te breken. Maar bij de Hema heeft, voordat het pand van de Hema er stond, een prachtig theehuis gestaan. Die moest worden afgebroken en er werd door de politiek, begin jaren ’70, beloofd dat het ergens terug zou komen op een nieuwe locatie binnen Steenwijk. Het monumentale theehuisje is helaas op de vuilstortplaats beland en nooit meer terug gezien.

Op de parkeerplaats bij de Oosterpoort stond een prachtig hotel genaamd “Bellevue”. De foto’s die ervan bestaan brengen je terug naar die tijd. Je kunt je afvragen waarom er ooit is besloten om die plek in te richten als parkeerplaats voor auto’s. Hoewel, de auto werd eind jaren ’50 begin jaren ’60 gezien als een vervoermiddel waar juist ruimte voor moest komen om hem te kunnen parkeren en te koesteren.
Daar kon toen (helaas) wel een hotel voor wijken. Wie weet komt dit hotel ook weer is terug in vernieuwde vorm. Het zou een aanwinst zijn. Tegenover café “Het Pandje” staat overigens een stadshotel.

Steenwijk heeft nu een relevante betekenis gebaseerd op een lange en beroemde historie.